Een korte geschiedenis van de I Tjing
De I Tjing — het Boek der Veranderingen — is meer dan drieduizend jaar oud en in die tijd vele dingen geweest: een waarzeggingshandboek, een filosofische klassieker, een staatsexamen-tekst, en in het Westen een symbool van Oosterse wijsheid. Hieronder de hoofdlijn, met steeds het onderscheid tussen wat traditioneel wordt overgeleverd en wat historisch vaststaat.
Voor het boek: waarzeggerij in oud China
Lang voordat de I Tjing bestond, was waarzeggerij verweven met het Chinese hofleven. Onder de Shang-dynastie (ca. 1600–1046 v.Chr.) verhitte men schildpadschilden en runderbotten tot ze barstten; uit de barsten las men een antwoord. Die orakelbeenderen dragen de oudste bekende Chinese schrifttekens.
De I Tjing komt niet rechtstreeks uit die botten voort — zij hoort bij een andere, verwante traditie: het tellen van duizendblad-stengels. Maar de orakelbeenderen laten zien dat de I Tjing niet uit het niets ontstond: zij staat in een lange lijn van pogingen om in een onzekere wereld richting te vinden.
De kern: het Zhou Yi
De oudste laag van het boek heet het Zhou Yi, de “Veranderingen van Zhou”. Zij ontstond in de Westelijke Zhou-tijd, grofweg tussen 1000 en 750 v.Chr. Dit is de kale kern: de 64 hexagrammen, elk met een kort oordeel, en bij elke lijn een spreuk.
In die oudste vorm is de I Tjing een handboek voor waarzeggerij — beknopt, soms raadselachtig, dicht bij het ritueel. De filosofie die wij er nu in lezen, kwam later.
De kern (Zhou Yi) is een orakel. De commentaren (de Tien Vleugels) maken er een wijsheidstekst van. Dat onderscheid is de sleutel tot de hele geschiedenis.
Koning Wen en de hertog van Zhou
De traditie schrijft de hexagrammen en hun oordelen toe aan koning Wen, die ze geordend zou hebben tijdens zijn gevangenschap, en de lijnteksten aan zijn zoon, de hertog van Zhou. Het is een mooi en eerbiedwaardig verhaal.
Maar het is overgeleverde traditie, geen bewezen auteurschap. Moderne tekstwetenschap ziet de I Tjing niet als het werk van één hand op één moment, maar als een tekst die over generaties is aangegroeid — verzameld, geordend en doorverteld. De namen markeren een afkomst, geen handtekening.
De Tien Vleugels: van orakel naar wijsheid
De grote verschuiving komt met de Tien Vleugels (Shi Yi): een reeks commentaren die in de Strijdende Staten- en Han-tijd (ruwweg de 4e tot 2e eeuw v.Chr.) rond de kern groeide. Traditioneel worden zij aan Confucius toegeschreven; de meeste geleerden dateren ze later, na zijn dood.
Met de Tien Vleugels verandert er iets wezenlijks. Dezelfde tekens die eerst een uitkomst voorspelden, worden nu gelezen als beelden van verandering, richting en houding. Het orakel wordt een spiegel voor de mens die ervoor staat. Dit is de wijsheidstraditie waarop deze praktijk rust — niet de voorspellende orakelkern, maar de lezing die vraagt: wat vraagt dit van mij?
Een klassieker
Eenmaal voorzien van haar commentaren werd de I Tjing een van de Vijf Klassieken van het confucianisme — verplichte stof voor wie het keizerlijke ambtenarenexamen wilde halen. Tegelijk lazen taoïsten haar als een boek over de natuurlijke loop, en bouwden latere denkers er hele kosmologieën op, rond yin en yang en de vijf fasen. In de 3e eeuw schreef Wang Bi een invloedrijk commentaar dat de filosofische lezing verder verankerde; eeuwen later deed de neo-confucianist Zhu Xi hetzelfde.
Door al die lezingen heen bleef de tekst dezelfde, en veranderde wat men erin zag. Dat is geen zwakte van de I Tjing — het is precies hoe zij werkt.
De I Tjing komt naar het Westen
Via jezuïeten in China bereikte de I Tjing Europa. Beroemd is de briefwisseling waarin Leibniz in de hexagram-ordening een echo van zijn binaire stelsel meende te zien. De eerste grote wetenschappelijke Engelse vertaling kwam van James Legge (1882), nuchter en filologisch.
De editie die de I Tjing in het Westen echt populair maakte, was die van Richard Wilhelm (Duits, 1924), in het Engels vertaald door Cary Baynes (1950), met een voorwoord van Carl Jung. Jung las de treffende antwoorden als synchroniciteit — een betekenisvolle samenval zonder oorzakelijk verband.
Wij beschrijven haar; wij nemen haar niet als onze werklens aan. Zie onze positie.
Wat de archeologie veranderde
De twintigste eeuw bracht vondsten die het beeld bijstelden. In 1973 kwam in Mawangdui een op zijde geschreven Yijing tevoorschijn, met een afwijkende volgorde van de hexagrammen en eigen commentaren. Later verschenen bamboe-stroken uit de Strijdende Staten-tijd. Samen lieten zij zien dat er niet één vaste oertekst was, maar meerdere stromen die naast elkaar circuleerden voordat de tekst zijn klassieke vorm kreeg.
Het onderzoek loopt door. Daarom houdt deze praktijk de geschiedenis als middel, niet als doel op zich: zij dient het verstaan van de tekst, zij vervangt het niet.
Bronnen & lezing
Onze tekst is een eigen, geratificeerde lezing van de canonieke I Tjing — bron → mens → patroon → passende beweging. Het is geen reproductie van bovenstaande vertalingen, en geen voorspelling, psychologie of new-age. De referentievertalingen dienen ter ijking; beschermde proza wordt niet overgenomen.
- Richard Wilhelm / Cary F. Baynes — I Ging / The I Ching or Book of Changes. symbolisch-filosofisch, met de Tien Vleugels — de invloedrijkste westerse editie.
- James Legge — The Yî King (Sacred Books of the East). wetenschappelijk-filologisch (publiek domein).
Gebaseerd op de I Tjing (Boek der Veranderingen). Traditionele toeschrijvingen zijn als zodanig benoemd; waar de datering onzeker is, staat dat erbij.
Waar wij staan tegenover deze geschiedenis.
Oorsprong-voorop, de interpretatie open — en onze eigen gekozen lens benoemd.